11 december 2013. Filosoferen over energie

Robert-Jan Geerts*

Het huidige energiedebat is sterk gefocust op technologische oplossingen, de mate waarin deze bijdragen aan verduurzaming van de energievoorziening, en hun economische haalbaarheid. Daarbij dreigen we te vergeten wat er eigenlijk op het spel staat bij ingrepen in ons energiesysteem.

Van het gebruik van databestanden in de cloud en vliegvakanties tot een warm huis en aardbeien bij het kerstdiner; energietechnologieën zijn bepalend in de meest uiteenlopende aspecten van onze levens. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel techneuten bezig zijn om ons energiesysteem toekomstbestendig te maken en houden. Wat ik wel vreemd vind, of in ieder geval problematisch, is dat er weinig gereflecteerd wordt op de relaties tussen ons energiesysteem en ons leven.

Een bijzonder aspect van energietechnologie is dat het achter onze rug om functioneert. Waar je bij het zoveelste vriendschapsverzoek op Facebook misschien de vraag stelt wat vriendschap betekent op het internet, zijn er maar weinig momenten waarop je aangemoedigd wordt om je af te vragen wat energiegebruik eigenlijk betekent voor een mens. Hooguit formuleren we een standpunt rondom specifieke zaken als schaliegaswinning of windturbines, maar wat energiegebruik met ons doet blijft buiten beeld.

Dit gebrek aan reflectie is jammer, want niet alleen hebben energietechnologieën een enorme invloed op ons bestaan, ze zijn ook volop aan het veranderen. En zonder helder voor ogen te hebben wat energiesystemen voor en met ons doen, is de wenselijkheid van nieuwe ontwikkelingen moeilijk in te schatten.

Neem bijvoorbeeld leveringszekerheid. Constante levering is niet vanzelfsprekend bij duurzame bronnen als zon en wind. Hoe daarmee om te gaan? Moeten we mikken op een vernuftig globaal netwerk met zonnepanelen in de Sahara en volgepompte stuwmeren in Noorwegen, of kunnen we ons voorstellen dat we een nieuwe praktijk kunnen vormen die omgaat met tijdelijke overschotten en tekorten? In andere woorden, is een 'technofix' wenselijk, of zien we ruimte om te leren omgaan met de wispelturigheid van onze nieuwe bronnen?

Kiezen we voor de laatste optie, dan gebeurt er volgens mij iets fundamenteels: onze energieconsumptie zal weer vorm krijgen in relatie tot de energievoorziening, in plaats van dat we blijven proberen de energievoorziening in de pas te laten lopen met onze consumptie. Er zou dan veel kunnen veranderen. Misschien worden winters weer donker, en zomers uitbundige vieringen van overschot. Of we kijken 's ochtends niet alleen naar het weerbericht, maar ook naar het energiebericht voordat we plannen maken voor de dag. We leveren dan gemak in, maar krijgen er iets anders voor terug, zoals een hernieuwde waardering voor zomerse overvloed, of een gevoel van verbinding met de zonnepanelen of algenreactoren op ons dak, waarvan we begrijpen waarom ze op een bepaald moment veel of weinig energie leveren.

Of zulke veranderingen wenselijk zijn is een lastige vraag, maar het is wel duidelijk dat een discussie over die wenselijkheid uitblijft zolang we ons niet realiseren hoe het energiesysteem onze levens vormgeeft. Een energiefilosofie kan dit soort perspectieven schetsen en ertoe bijdragen dat we grip krijgen op dimensies van energietransitie die weinig aan bod komen. Alleen gewapend met dergelijke energiefilosofische inzichten kunnen we bewuste keuzes maken in de energietransitie.

* Robert-Jan Geerts is  is PhD-student binnen BioSolarCells en doet onderzoek naar filosofische aspecten van de energietransitie

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
« Terug naar overzicht
Doorzoek de website